Merken

    Opstook en afkoelprotocol vloerverwarming.

    Een opstookprotocol wordt toegepast wanneer er vloerverwarming in de vloer zit. Dit omdat de vloerverwarming uitzet wanneer deze warm wordt, hetgeen scheurvorming kan veroorzaken in de vloer.

    Om dit risico zoveel mogelijk te beperken zijn er een aantal voorwaarden en voorzorgsmaatregelen die opgevolgd dienen te worden. Het protocol dient minimaal 1 keer uitgevoerd te worden. Maar bij voorkeur meerdere keren.

    • Indien in de dekvloer leidingen of buizen worden aangebracht, moet de dikte van de dekvloer boven de leidingen of buizen ten minste 25 mm bedragen.
    • Het opstook- en afkoelprotocol voor vloerverwarming gaat uit van de watertemperatuur van de verwarmingsinstallatie en niet van een eventuele thermostaattemperatuur in de betreffende ruimte.
    • De dekvloer moet voor aanvang van de legwerkzaamheden opgewarmd worden. Een zandcementdekvloer moet minimaal 28 dagen oud zijn. Tijdens deze periode mag de vloerverwarming niet aan en mogen er ook geen bouwdrogers gebruikt worden.
    • Ventileer de betreffende ruimte gedurende deze tijd goed, maar vermijd tocht over de vloer.
    • Start met een watertemperatuur die 5°C hoger ligt dan de omgevingstemperatuur van de betreffende ruimte. De watertemperatuur moet worden afgelezen op de verwarmingsinstallatie. Bij een omgevingstemperatuur van 5°C geldt dan het volgende schema:

     

    Opstookprotocol

    Dag 1

    Watertemperatuur 20°C

    Dag 2

    Watertemperatuur 25°C

    Dag 3

    Watertemperatuur 30°C

    Dag 4

    Watertemperatuur 35°C

    Dag 5

    Watertemperatuur 40°C

    Dag 6

    Watertemperatuur 40°C

    Afkoelprotocol

    Dag 7

    Watertemperatuur 35°C

    Dag 8

    Watertemperatuur 30°C

    Dag 9

    Watertemperatuur 25°C

    Dag 10

    Watertemperatuur 20°C

    Dag 11

    Herhalen of beëindigen

     

    • Houdt de maximum temperatuur van 40°C minimaal 24 uur stabiel.
    • Plaats op de vloer, waar het protocol in gang wordt gezet, een thermometer, zodat de oppervlaktetemperatuur van de vloer nauwgezet in de gaten gehouden kan worden. Indien het oppervlak van de dekvloer een temperatuur van 31°C heeft bereikt, dient de watertemperatuur NIET verder te worden verhoogd en moet direct de afkoelcyclus worden ingezet.
    • Voor het egaliseren mag de ondergrond niet te nat zijn. In de tabel hieronder staat het maximale restvochtpercentage voor de ondergrond met vloerverwarming. Wij meten dit voorafgaand aan onze werkzaamheden.

     

    Type vloerafwerking

    Anhydriet

    Zandcement

    Tapijt, dampdoorlatend

    < 0,5 %

    < 2,0 %

    Tapijt, dichte rug

    < 0,3 %

    < 1,8 %

    Tapijttegels

    < 0,5 %

    < 2,0 %

    Linoleum

    < 0,3 %

    < 1,8 %

    PVC

    < 0,3 %

    < 1,8 %

     

    • De temperatuur aan de top van de dekvloer mag na het verlijmen van de vloerbedekking maximaal 27°C bedragen.